zondag 21 december 2014

Wie zijn zelfgeschreven boek onder de directe aandacht van vrienden, kennissen en bekenden schrijft, mag uiteenlopende reacties verwachten. Hieronder een, met dank én respect aan de lezers, anonieme bloemlezing:

* blz. 9 : "De druiper moet een "zakker" zijn. Anders is het toch iets voor dokter Smiers op de Groenburgwal"

* "Stewardesse is fout. Het is 'stewardess'."

* "Leuk formaat - doet aan een landkaart of kaartenmap denken!"

* "Die foto van de auteur op blz. 61 is veel geschikter voor op de achterflap"

* "Jeetje, ben je al 56 jaar!" [vermelding op de achterflap; die gaat er in de tweede druk dus uit]

* "Ik heb hier het boek staan waar die film (La Patagonia Rebelde, 1974) op gebaseerd. Wist je dat Menem, ooit president van Argentinië, als figurant in die film speelde...?" [boekhandelaar Fort van Sjakoo]

* "Chili mag dan Europees aandoen, de gemiddelde Chileen ziet er toch nog 'authentieker' (Indiaanser) uit dan de gemiddelde Argentijn"

* "Jammer dat je geen kaartje hebt geplaatst met de route van je reis door het land" [en zo is het maar net].



dinsdag 9 december 2014





De eerste promotieronde van een in eigen beheer uitgegeven boek is relatief makkelijk. Vrienden, kennissen, familie hoeven of willen meestal niet lang na te denken alvorens tot aankoop over te gaan. Daarbij ben ik gelukkig in een flink aantal verenigingen actief: koorzangers, badmintonners, hardlopers, bomenzagers en leesclubbers... hier liggen aantrekkelijke afzetmarkten.

Maar nu de rest van Nederland. Zouden in dit ons groengeelzwartwitte kikkerlandje woonachtige Chilenen interesse hebben? De ouderen onder hen niet, lijkt het na een overigens leuke ontmoeting met een Chileens-Nederlands echtpaar dat actief is als schatbewaarder van authentieke Chileense folklore. De eerste generatie Chileense politieke vluchtelingen lijkt liever verhalen van weemoed over het 'goeie ouwe Chili' van vóór Pinochet te willen lezen, dan de nogal kritische verhalen van een Mokumse kaaskop over het Chili anno nu.

Maar er zijn nog andere Chilenen - ik moet alleen geduld hebben. De twee die kennis S. via haar werk kent, zijn deze week ziek. Het is trouwens december en veel mensen hebben het nog drukker dan ze het toch al hebben... 

De distributie
1. Bestellingen uitdelen, c.q. verzenden aan vrienden en kennissen
2. In consignatie Men spreekt over consignatie wanneer een leverancier/distributeur een overeenkomst aangaat met een kleinhandelaar waarin hij goederen levert die pas moeten worden betaald wanneer de handelaar deze ook daadwerkelijk verkoopt. De geleverde goederen blijven tot bij de verkoop aan de consument eigendom van de leverancier/distributeur.  N.B. Ik ben hier dus de 'kleinhandelaar' !
Mijn eerste doelwit is de Linnaeus Boekhandel op de Middenweg waar verkoper Jan mij even met de mond vol tanden doet staan als hij naar de hoogte van 'uw inkoopprijs' informeert. Na enig gestamel en vragen begrijp ik dat onze onderhandelingsruimte reikt van € 8,- tot aan € 10,-. "Nou, zullen we dan maar € 9,- doen...", rondt Jan af. Uitgaande van een winkelprijs van € 15,- zal ik dus na aftrek van de productiekosten en € 6,- voor de boekhandel dan € 2,- winst maken per boekje. Ik laat er vier achter die tot mijn blijdschap een opvallend plekje bij de kassa zullen krijgen, leunend tegen een enorme atlas en wat exemplaren van Simon Winder's vrolijke reis door het Habsburgse rijk, Danubia.

wordtvervolgdwordtvervolgd!


maandag 24 november 2014

PUBLICATIE 'DE CHILI PAPERS' door Erik Orendi



Het is zover! Begin december rollen de De Chili Papers van de persen! Indrukken van een reis van twee maanden door Chili in het voorjaar van 2012. In een associatieve en vlotte stijl doe ik verslag van het dunste land ter wereld, het land waar het altijd lente, zomer, herfst én winter is. Waar de mensen zo nuchter als IJslanders zijn. Met een kleurige woestijn waar astronomen met enorme telescopen de kosmos bespieden, maar ook ’Dwaze Weduwen’ naar de botten van hun mannen zoeken die het Pinochet regime niet overleefden. En met zoveel blaffende honden dat je het op de maan kan horen…

JIJ! (U!) geniet het voorrecht* vanaf nu te kunnen intekenen voor € 12,= . Je krijgt dan een gesigneerd en handgenummerd exemplaar persoonlijk overhandigd, c.q. in de bus bezorgd. Nadat je mondeling of per e-mail hebt besteld, ontvang je het boekje na publicatie (ca. 3 december a.s.), zodra ik de betaling ontvangen heb. Je kunt contant betalen of het bedrag (plus eventuele verzendkosten à € 2,60 / vergeet dan niet je adres te vermelden) overmaken op rekening ‘NL23 INGB 0003829651’ o.v.v. ‘Chili’.

Sommigen zullen weten dat ik sinds enige tijd enthousiast medewerker ben van een kleine uitgeverij die zich richt op het segment ‘psychiatrie’. Het zal daarom geen bevreemding wekken dat ik – ooit door een psychiater uitgemaakt voor “lichte borderliner” - juist deze uitgeverij (Tobi Vroegh) opdroeg mijn manuscript tot boek te maken. En dat ik een land wilde bezoeken dat in verhouding tot z’n oppervlakte juist de langste borders ter wereld heeft.

De vormgeving van De Chili Papers is zó uniek dat het lineaal-lange boekje in menig boekenkast niet rechtop zal kunnen staan. Past in de binnenzak van je jas én ideaal hanteerbaar in een volle trein!

Dus…. ¡ARRIBA! STA OP!, sla je slag en bestel. Ook geschikt als bijzonder verjaardag- of decemberkado**. En: zegt het voort zegt het voort zegt het voort! Misschien ken je iemand die in Chili is geweest of plannen voor een bezoek heeft.

Met hartelijke groeten,


Erik Orendi



* Deze aanbieding geldt tot 1 januari 2015. Daarna kunnen boekhandels, instellingen en anderen het boek officieel bestellen, via o.a. Bol.com tegen de hogere prijs van € 15,=.


** Wellicht is het boekje interessant als onderdeel van het kerstpakket van een bij u bekend bedrijf dat een link met Chili heeft (wijn, toerisme, vis, mijnbouw, cruisevaart e.d.)...


zaterdag 4 mei 2013

Afl. 7. (laatste in de serie La Balade): Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers

De countryzanger
Voor een Randstede- en Noorderling een unieke gewaarwording: winterkoude en lentegloed die elkaar geen strobreed voorrang gunnen. Voor een winterschilder én zonaanbidder een wat onrustige dag: bij het takken snoeien moet ik hemd na trui afpellen, terwijl bij het planken beitsen de extra overall weer te warm is. Na de afgesproken werkuren met korte broek en T-shirt lekker met een boek in de zon het woord chillen letterlijk nemen!
De stilte wordt vanochtend alleen in- of aangevuld met kwinkelerende vogeltjes. Gisteren is de aandoenlijke puppy die hier enkele dagen ‘op zicht’ was gestald opgehaald. R.’s vriendin had zich bijna laten verleiden het rondhuppelende Teigetje mee naar Nederland te nemen.Vanmorgen is zij echter alleen naar Holland teruggekeerd.
Haar vertrek is misschien de reden waarom de normaal onverstoorbare R. wat van slag is: hij schroeft meer dan eens een plank voor de veranda van Pipowagen Nr. 2 verkeerd om vast.
De timmerman
En nu een lange zin. Zelf sta ik meditatief veertig latten – afkomstig van een strandtent in Wijk aan Zee én een intensief gebruikt bed van mijn tijdelijk broodheer – te beitsen onder het genot van Hank Williams III’s Straight To Hell, lekker smerig gezongen ‘country-billy’, als in mijn ooghoek opeens een eigenaardig voertuig de smalle oprijlaan naar het grasveld opschuift met als meest opvallende element de grote ramen aan verder groene zijkanten.
Is het een streekbus? Een camper? Een SRV-wagen? Achter het glimmende, hoepelgrote stuur blijkt een oude bekende van R. te zitten. Als het gevaarte tot stilstand is gekomen, kan ik de eerste verwonderde blikken op interieur en bestuurder werpen. Aan het niet opgemaakte bed achterin de bus en rondslingerende kledingstukken, landkaarten en wat niet al te zien, is hier sprake van een woning. Zeg maar een vrijgezellen-woning. Tegelijk is hier sprake - zo leert de eigenaar mij - van een bedrijfsbus uit 1972…
De busbewoner
De realiteit kan je, uiteraard, niet bedenken. Toevallig arriveert namelijk pal achter de bus een tweede voertuig op La Balade. Als R. over een politieauto grapt en ik een drietal forse lichten op het dak van de terreinwagen zie, denk ik een seconde dat de stokoude ‘woonbus’ voor een controle is achtergevolgd. Maar het is “gewoon” Ian van het dorpscafé met naast zich in de auto een Engelsman wiens morbide obesitas-postuur de klankkast vormt voor het stemgeluid van een brulboei. De man lijkt rechtstreeks afkomstig uit een beruchte achterstandswijk in Birmingham en heeft interesse in wasmachines. Die heeft R. De man bezit een graafmachine. Die wil R. …
Roodbruine koeien, groene sprieten en gele paarden(bloemen)
Mijn maag rammelt, goed moment om mij aan dit groepje ‘vrije jongens’ te onttrekken en één van de door R. uit Nederland meegebrachte tarwebroden uit de vriezer te halen. Bij het avondeten rollen R.’s net gearriveerde vriend de anekdotes over de tong. Heeft op een vijftig meter lange coaster bij IJmuiden gewoond. Stond afgelopen winter met zijn woonbus in de achtertuin van een alcoholist. Ging precies een jaar geleden de uitdaging aan beheerder te worden van een door de Nederlandse eigenaar haastig verlaten en – naar direct zou blijken - wekenlang ingesneeuwd rakend huis-met-vee-en-camping op 1000 meter hoogte in de Pyreneeën (“hier liggen lange plastic handschoenen om het lammetje uit moederschaap te trekken”, “sorry, leidingen bevroren en telefoon uitgevallen”, “ik moet nú weg [op wintersportvakantie…]”). Voorheen en later bleek de camping zowel het decor van een NCRV-uitzending met de aan drugs en minderjarigen verslaafde ‘pseudopeut’ Keith Bakker als een aflevering van het tv-programma Ik Vertrek!….

Me dunkt, een mooie bijna-slotzin van dit Franse avontuur. R., Bo en ik zouden enkele dagen later in harmonie en hitte over binnenwegen in veertien uur naar Amsterdam terugrijden. Ondanks teveel Vlaamse files en een vlak naast R. – Bo een plaspauze gunnend - “ontploffende” vrachtwagen (zie mijn tamelijk spectaculaire ‘nieuwsfoto’: vastgelopen remmen veroorzaakten zoveel hitte dat brand in de oplegger ontstond, waardoor twee banden met luide knallen sprongen). Arme Bo sprong tweemaal een meter in de lucht…. Maar een ieder mens en (Knor)dier kwam goed terecht!

Op de achtergrond het Santiago de C.-pelgrimspad

Afl. 6: Heimwee en the comfort of strangers (dogs)

Komt het door de stilte, de schone lucht? Knordier herinnert zich z’n dromen hier veel beter als thuis. Vannacht stond hij na afscheid te hebben genomen van zijn hardloopgroepje gepakt en gezakt klaar voor een grote reis met het vliegtuig. Door onbekende kink in de kabel moest Knordier opeens vlák voor vertrek lang wachten. Heel lang. Zólang dat hij maar besloten te ontwaken…
Waarna Knordier niet meer kon inslapen, uren voor zonsopgang. Gevolg: gepieker en pogingen niet meer te piekeren, vooral over zijn relatie tot of met R. Voelt Knordier zich in ieder geval zelden prettig bij een ‘baas/knecht’-verhouding, hier is het ook nog eens één-op-één. Bovendien is én voelt Knordier zich te afhankelijk van R., omdat hij in zijn “huis” is en in zijn “bedrijf” – La Balade – werkt. Nagenoeg elk gesprek staat in het teken van al uitgevoerde, onderhavige dan wel toekomstige klussen op het fraaie kampeerlandgoed.

(R.’s goed recht, hij is hier immers om keihard te werken aan zijn droom - als multi-taskende ZZP’er heeft hij een onzeker inkomen uit werk als deejay op bruiloften en partijen en voor een uitkering hoeft hij niet aan te kloppen: eerst eigen auto en (Franse) huis opeten…)
Maar Knordier wordt hier(door) erg op zichzelf teruggeworpen met vandaag ouderwets heimwee als gevolg. Knor-de-Wereldreiziger die vorig jaar nog twee maanden in z’n eentje Chili doorkruiste…
Bij het ontbijt probeert Knordier R. en z’n vriendin deelgenoot te maken van z’n blues, maar hun hoofd staat op dat moment naar een te ondernemen uitstapje. Dan maar douche, ontbijt, koffie en uur met de hond door velden en over wegen lopen. Bij terugkeer is het terrein verlaten en komen de tranen: zit Knor hier ‘in z’n uppie met een puppie’ (én, het moet gezegd, de inmiddels vertrouwde en lieve hond Bo). De puppy van drie maanden is trouwens een Beaucheron, een echte chien de garde en dat lot van kettinghond lijkt onontkoombaar…

Tranen gedroogd, schop onder de kont en met het motto ‘Niet zwelgen, maar verdelgen – niet rouwen, maar bouwen” vervolgt Knordier zijn klus aan de “Hadrian’s Wall”. Bramenstruiken aan gort slaan en knippen en afvoeren. Zware stenen stapelen.

Afl. 5 in de reeks 'Op en rond ‘La Balade’ : Bijzondere boom, droom en ‘granuloom’


Man in boom
Gisteren maakten we ‘De wandeling naar de Holle Boom’, waarbij ik tevens als notulist optrad t.b.v. een flyer voor campinggasten. We liepen naar een bos tussen Arrènes en Les Rorgues waar een indrukwekkende, eeuwenoude eik staat. Vergeleken met Nederland kent Frankrijk weinig oude bomen, zestig jaar is er al bijzonder. Deze is naar men zegt vierhonderd jaar, maar vreemd genoeg wordt hij slechts door een schamel bordje aangegeven. De eik is niet zo hoog, maar erg breed. Doordat een enorme zijtak ooit is afgebroken gaapt een mansgroot gat in de stam waar je eenvoudig in klimt. Als in een sprookje komt men in een soort grot waarin drie volwassenen goed zouden kunnen slapen…

’s Middags is het opeens drukkend warm. Ik zet de onderkant van een veranda in de groene verf, onderbroken door een uurtje zwoegen en vloeken bij het terugplaatsen van de ‘maai-bak’ van een kleine tractor/grasmachine, waarvoor R. een nieuwe rubberen snaar had gekocht.
’s Avonds zijn we bekaf. Ik beleef een vreemde nacht, omdat ik al rond negen uur gekleed en met de elektrische kachel aan op mijn bed in slaap val. Ontwaak twee uur later, ontkleed me en stap nu in bed, maar zet per ongeluk kachel op ‘hoog’ in plaats van uit. Ontwaak midden in de nacht uur, versuft. Daarna volgt gelukkig een beloning, een Bijzondere Droom:
‘Natuurgroep Ankeveense Plassen’ verwelkomt een nieuwe vrijwilliger, een vrouw nog wel: koningin Beatrix. Zij is in burger. Als ik haar begroet, steek ze minzaam een hand náár en een hoofd boven mij uit. Ze praat, maar komt naturel over, beetje deftig. Opeens vaart onze sloep zónder mij weg. Geagiteerd maak ik een reuzensprong, merk dat ik het net niet ga halen en besluit in de lucht zwevend – als in een tekenfilm terug te keren naar de walkant. De boot keert en pikt mij en een andere vergeten medewerker alsnog op. Meest bijzonder detail: Beatrix gaat bijna geheel verscholen in een soort menshoge harnas of kap, dat of die een dubbel doel lijkt te dienen: incognito blijven én beschermd tegen de elementen.


R. trakteert op een uitje naar het nabije dorpje Ransonnet, waar de eerdergenoemde Engelsen E. en zijn vrouw S. wonen. Ik krijg de indruk dat we de pensionados nogal overvallen - behalve R.’s vriendin gaan ook hond Bo en de puppy-op-zicht mee, maar E. maakt zich bij binnenkomst vooral druk waar zijn fles gin staat. Hij heeft de ziekte van Crohn in een vergevorderd stadium en ik vermoed dat de man liever nog een jaar of vijf plezierig mét-drank leeft dan de komende twintig jaar op een streng ‘Crohn-dieet’. Hij is op en top Britse ironie, zij maakt echt contact. Mijn eerste bier krijg ik zittend in de donkere huiskamer waar een schemerlamp brandt en een zoele wind door het geopende raam waait. Daarna drinken we buiten op het terras in de felle zon verder.
Ik voel mij direct op m’n gemak in het smaakvol ingerichte oude huis, waar ze sinds 2000 wonen. Ouderdom en E.’s ziekte zijn reden voor het echtpaar om het Franse staatsburgerschap trachten te verwerven: de medische zorg in Frankrijk staat als uitmuntend bekend en geldt óók voor bewoners die uit een ander EG-land komen. Dan moet Engeland echter niet uit de EG stappen, zoals een referendum binnenkort moet uitwijzen…
Dat wordt voor de wat verlegen S. nog een klus: behalve een pittige taaltest zijn talrijke certificaten vereist. Haar eigen geboortecertificaat zal geen probleem geven – zij werd zes dagen voor de bevrijding in 1945, op de dag dat Hitler zelfmoord pleegde, geboren), wel dat van haar rond 1850 ergens in Ierland geboren grootmoeder.

De volgende ochtend ben ik ook nog uren na ontwaken duf en ‘raar’.’s Middags kom ik echter terug op m’n besluit vrij te nemen, c.q. mij ziek te melden, want er wacht een aardige klus die voor de verandering in groepsverband wordt verricht. Met hulp van de Schot Ian verplaatsen we een onder gemene bramen en bladertroep half schuilgaande rij natuurstenen om er dichterbij de perceelgrens een mooie miniatuur Hadrian’s Wall mee op te richten. Qua gewicht variëren de stenen van één tot wel zeventig kilo, de meeste zo’n vijf à tien kilo. R.’s poging om met de in tropische landen gebruikelijke slash and burn-methode de bramen te verdelgen haalt weinig uit, maar ach: fikkie stoken is altijd leuk.

dinsdag 23 april 2013

De ezel stoot zijn hoofd niet, hij laat het soms even hangen (De Tao van Knor)

Hieronder deel 4 van een serie
(voor de eerdere afleveringen a.j.b. omlaag 'rollen')

Eindelijk een droge dag. Eerst de veertig spijlen van de veranda van m’n eigen Pipowagen losschroeven. R. kreeg ze van een Nederlandse supermarkt en als je goed kijkt, herken je er het houtwerk van de 'groenten- en fruitafdeling' in!
Dan verf afkrabben en schuren en R. helpen bij het bouwen van een veranda voor de andere Pipowagen. Hoop gesjouw met balken, waaronder een net gescoorde partij ‘betonharde’ balken. Ruiken lekker naar cacao als je er gaten in boort, maar je schrikt aanvankelijk van de harde knetterknallen door opgeperste lucht in het boorgat.
Meten is pas weten zonder vergeten, zegt Knor. Later ontdekt R. dat de voordeur van de Pipo niet open kan én hij stoot z’n hoofd bij het alsnog betreden van de wagen. Hij blijkt de veranda 15 cm. te hoog te hebben geconstrueerd… De Tao zegt: Je doet niet goed, je doet niet fout. Je doet.
die 80 kg-stenen liggen nu rond een mooie vuurplaats
Na m’n middagdutje regel ik een fiets met te zachte banden en sjees met laptop en al de heuvel omlaag naar Marsac om te laat te bedenken dat ik mijn adapter ben vergeten. In het verlaten café Chez Jacques tref ik alleen adolescent Graham aan. Behulpzaam maar zonder succes gaat hij op zoek naar een adequate fietspomp. Nog even peddel ik het saaie dorpje rond met als hoogtepunt aankomst en vertrek van het uit twee rijtuigen bestaande dieseltreintje naar Montlucon. Terug in Les Rivailles blijkt aardige buurman Claude een prachtige compressiepomp te hebben voor de fietsbanden, dus ik bedank hartelijk en complimenteer hem met de gele bloemenzee in zijn tuin.
Na de lekkere haché met groenten laat ik mij door R. meetronen op een flinke wandeling door de velden langs de dichtbegroeide bospercelen die bij de aankoop van zijn huis zaten begrepen. In een ervan staat een verroeste zaagmolen. Afgesleten, menhir-achtige rotsblokken her en der in de weilanden waardoor hond Bo kriskras voor ons uit rent, net niet door het dolle heen.
Bo kijkt de Limousiner koe uit de boom...
Net als in Nederland laat de lente in de Creuse dit jaar lang op zich wachten. Vandaag verrast het weer zowel de lente als de mens met een heuse hete zomerdag: 26 graden! In stijl onderneem ik een toeristisch uitje per fiets met flinke klimmetjes naar het mooie Bénévent l’Abbaye dat op een bergtop ligt. Ik tref hagedissen en een heuse adder op spoorbrug en dan een begraafplaats met een paar schamele houten kruisen voor hen die het in het Wilde Westen van de 20e. eeuw niet zo breed hadden.
Zo goed als niemand op of naast de weg. In Bénévent echter opeens een hoop wandelaars, pelgrims zelfs, want het is een geliefde pleisterplek op een van de twee Santiago-routes door deze streek. De meeste zijn middelbaar of bejaard, dus viel mijn oog vanzelf op een knappe Francaise in strakke spijkerbroek, maar mijn wens tot toenadering blijft steken bij de vraag of zij mij met fraaie achtergrond wilde fotograferen.
Meer plezier beleef ik aan een gesprek met een man die op het dorpsplein voor zijn winkeltje staat dat de eigenaardige naam Adosdanes draagt. Letterlijk: Oprugvand’ezels. Met een licht verontschuldigende glimlach legt Breton Yves uit dat je juist niet midden op de rug van een ezel moet zitten. Daar is die rug simpelweg niet op gebouwd. Je kunt wel doen zoals mannetjes in landen rond de Middellandse zee doen: helemaal áchterop zitten en hop hop hop, maar niks galop.
Als de man vervolgens zonder enig drama vertelt dat een onbekende bij zijn komst in de Creuse een moederezel met jong heeft vergiftigd - waarschijnlijk uit locaal-crimineel verzet tegen deze “buitenlander” – neem ik hem uit solidariteit een briefkaart en een pakje Bonbons au lait d’ânesse af. Volgens Yves staat ezelmelk van alle zoogdierenmoedermelk het dichtst bij dat van de mens.